Als één externe partij 1.300 bouwprojecten kan raken, heb je geen leveranciersrisico maar een organisatierisico

De problemen rond kwaliteitsborging in de bouw verdienen meer aandacht dan alleen de vraag hoe stilgevallen projecten weer kunnen starten. Op 17 september waarschuwde Omgevingsdienst Midden-Holland opnieuw dat drie kwaliteitsborgers zijn geschorst. Eerder meldde Vereniging van Nederlandse Gemeenten dat alleen al de schorsing van één groot bureau mogelijk gevolgen heeft voor circa 1.300 bouwprojecten. Zonder bevoegde kwaliteitsborger mag bij projecten onder de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen niet worden doorgebouwd.

Ketenafhankelijkheid


Vanuit interim-managementperspectief zie ik hierin vooral een les over ketenafhankelijkheid. Organisaties besteden steeds meer specialistische activiteiten uit, maar behandelen de leverancier vervolgens als een inkoopcategorie. Dat werkt zolang alles functioneert. Zodra een cruciale externe partij uitvalt, blijkt dat een ogenschijnlijk ondersteunende leverancier feitelijk onderdeel is geworden van het primaire proces.

Risicomanagement

Precies daar moet risicomanagement beginnen. Niet met de vraag hoeveel leveranciers je hebt, maar met de vraag: welke gebeurtenis kan onze operatie morgen stilzetten? Voor bouwbedrijven en opdrachtgevers betekent dit dat de kwaliteitsborger in de projectrisicoanalyse thuishoort naast vergunningen, materiaalbeschikbaarheid en kritieke onderaannemers. Een tweede leverancier op een lijst hebben is daarbij onvoldoende. Een vervangende kwaliteitsborger moet een lopend project immers kunnen overnemen en beoordelen of de beschikbare documentatie en reeds uitgevoerde werkzaamheden voldoende zijn om de borging voort te zetten.

Maak voor kritieke externe partijen vooraf een exit- en continuïteitsplan

Daaruit volgt een praktisch handelingsperspectief. Welke data en dossiers moeten permanent toegankelijk zijn? Wie kan het werk overnemen? Hoeveel tijd kost die overdracht? Welke contractuele verplichtingen liggen bij opdrachtgever en welke bij aannemer? En wie heeft mandaat om bij uitval onmiddellijk te handelen?

Dat laatste wordt vaak onderschat. Bouwend Nederland waarschuwt dat aannemers voorzichtig moeten zijn wanneer zij zelf een vervangende kwaliteitsborger regelen als die verantwoordelijkheid contractueel bij de opdrachtgever ligt: daarmee kan ook aansprakelijkheid voor vertraging en meerkosten verschuiven.

Operationele daadkracht zonder contractuele helderheid kan dus nieuwe risico’s creëren.

Voor het management is dit precies het snijvlak tussen operatie, governance en crisismanagement. De oplossing is niet simpelweg harder escaleren wanneer een leverancier uitvalt.

Business continuity begint daarom niet bij een calamiteitenplan. Het begint bij weten van wie je voor je dagelijkse operatie werkelijk afhankelijk bent.
De echte opdracht is een organisatie zo in te richten dat afhankelijkheden zichtbaar zijn vóórdat ze kritiek worden.