Overname Geonius door Movares: waarom betere infrastructuurprojecten beginnen bij het verbinden van kennis en besluitvorming

1. Movares krijgt groen licht voor overname Geonius

Op 7 oktober 2026 publiceerde de Autoriteit Consument & Markt haar goedkeuring voor de voorgenomen overname van Geonius door Movares. De toezichthouder nam het besluit op 5 oktober en ziet voldoende concurrentie overblijven. Daarmee verdwijnt een belangrijke voorwaarde voor de transactie.

De overname past binnen de groeistrategie van het Nederlandse ingenieurs- en adviesbureau Movares. De onderneming wil haar positie versterken in infrastructuur, waterveiligheid, gebiedsontwikkeling en de energietransitie. Geonius brengt vooral specialistische kennis van bodemonderzoek, geotechniek, geodesie en regionale infrastructuur mee.

De combinatie moet opdrachtgevers helpen om complexe ruimtelijke vraagstukken beter aan te pakken. Daarbij willen beide organisaties landelijke expertise verbinden met lokale kennis en ervaring. De overname biedt daarvoor een sterkere organisatorische basis.

Maar juist deze ambitie maakt de transactie interessant vanuit post-merger integratie.

De belangrijkste uitdaging is niet het samenbrengen van twee ingenieursbureaus, maar het verbinden van specialistische kennis voordat belangrijke projectbeslissingen worden genomen.

Dat vraagt meer dan een grotere organisatie en een breder dienstenpakket.

2. Ongeveer 2.000 professionals en een groeiend netwerk van specialisten

Geonius telt ongeveer 300 medewerkers en heeft een sterke positie in Zuid- en Midden-Nederland. De onderneming beschikt over expertise in weginfrastructuur, geotechniek, bodem, water, ecologie, geodesie en geo-informatie.

Movares telde bij de aankondiging van de transactie bijna 1.700 medewerkers. Samen vertegenwoordigen de twee organisaties daarmee ongeveer 2.000 professionals. De recente uitbreiding met andere ondernemingen maakt de uiteindelijke groepsomvang groter.

De transactie betreft de holding TB3, waaronder de Nederlandse activiteiten van Geonius en GMI Bodemmanagement vallen. De Belgische activiteiten van Geonius maken geen onderdeel uit van de overname. De financiële voorwaarden zijn niet bekendgemaakt.

Geonius behoudt de komende jaren zijn eigen naam en merk. Ook de regionale aanwezigheid, bestaande klantrelaties en specialistische expertise blijven belangrijke onderdelen van de organisatie.

De verwachte afronding ligt in oktober 2026. De goedkeuring van de ACM betekent niet automatisch dat alle overige voorwaarden voor de transactie al zijn vervuld.

De overname staat bovendien niet op zichzelf.

Op 24 september maakte Movares bekend dat het Nieman Groep heeft overgenomen. Daarmee voegde de onderneming specialistische kennis toe van bouwfysica, duurzaamheid, installatietechniek en bouwregelgeving.

Eerder kreeg Movares ook toestemming voor de overname van INNAX, een specialist in de verduurzaming van gebouwen.

Movares ontwikkelt zich daarmee steeds verder van een traditioneel ingenieursbureau naar een multidisciplinair adviesplatform voor de fysieke leefomgeving.

Dat vergroot de mogelijkheden voor integrale dienstverlening, maar stelt ook hogere eisen aan samenwerking.

3. De strategische logica: technische disciplines eerder bij elkaar brengen

De strategische gedachte achter de overname is begrijpelijk.

Nederland staat voor grote investeringen in woningbouw, infrastructuur, energievoorziening en klimaatadaptatie. Deze projecten raken steeds vaker verschillende technische disciplines. Daardoor wordt het moeilijker om afzonderlijke werkzaamheden los van elkaar te organiseren.

Neem de ontwikkeling van een nieuwe woonwijk.

Voordat de eerste woningen verrijzen, moet duidelijk zijn of de bodem geschikt is. Ook moeten ontwerpers rekening houden met waterafvoer, bestaande infrastructuur, ecologie en beschikbare energievoorzieningen.

Deze onderwerpen beïnvloeden elkaar voortdurend.

Een gekozen bouwlocatie kan bijvoorbeeld gevolgen hebben voor de benodigde fundering. Een nieuwe ontsluitingsweg kan invloed hebben op waterstromen en bestaande leidingen. Ook kunnen ecologische omstandigheden beperkingen opleggen aan de uitvoering.

Wanneer specialisten pas laat betrokken raken, moeten ontwerpers eerdere keuzes mogelijk opnieuw beoordelen.

Dat kost tijd en geld.

Movares beschikt over brede ervaring met infrastructuur, mobiliteit, energie en integrale ontwerpvraagstukken. Geonius voegt specialistische kennis toe van de fysieke omstandigheden waarin zulke projecten plaatsvinden.

Daarmee ontstaat een belangrijke mogelijkheid.

De combinatie kan helpen om technische beperkingen eerder zichtbaar te maken, voordat ontwerpkeuzes leiden tot kostbare aanpassingen.

Dat is een andere vorm van waardecreatie dan uitsluitend meer adviesuren verkopen.

4. De opvallende observatie: Movares koopt kennis die vaak aan het begin van projecten nodig is

Juist de positie van Geonius binnen de projectketen maakt deze overname bijzonder.

Veel werkzaamheden van Geonius vinden plaats tijdens de voorbereiding van ruimtelijke ontwikkelingen. Denk aan bodemonderzoek, landmetingen, geotechnische analyses en het verzamelen van geografische informatie.

Deze werkzaamheden leveren informatie op die andere disciplines nodig hebben.

Een constructeur moet bijvoorbeeld weten hoe de ondergrond zich gedraagt. Een civiel ontwerper heeft betrouwbare hoogtemetingen nodig. Ook moeten projectteams begrijpen welke bestaande kabels, leidingen en waterstructuren aanwezig zijn.

Wanneer die informatie ontbreekt, ontstaan aannames.

Soms blijken deze aannames later onjuist. Dat kan leiden tot ontwerpwijzigingen, aanvullend onderzoek of vertraging tijdens de uitvoering.

Daarmee krijgt de overname een interessante strategische betekenis.

Movares vergroot niet alleen zijn technische capaciteit. Het versterkt ook zijn positie aan het begin van de besluitvorming over infrastructuurprojecten.

Dat kan belangrijker zijn dan de uitbreiding van het dienstenpakket.

De opvallende observatie is dat de grootste waarde van Geonius mogelijk ontstaat voordat een project daadwerkelijk wordt ontworpen.

Hoe eerder betrouwbare informatie beschikbaar komt, hoe beter andere specialisten hun werkzaamheden kunnen voorbereiden.

Daarmee verschuift de aandacht van afzonderlijke technische prestaties naar de kwaliteit van het totale besluitvormingsproces.

5. Het organisatievraagstuk: wie bepaalt wanneer informatie voldoende betrouwbaar is?

Daar ontstaat een belangrijk organisatorisch spanningsveld.

Binnen ingenieursbureaus werken specialisten vaak vanuit hun eigen vakgebied. Een geotechnisch adviseur onderzoekt de ondergrond, terwijl een ontwerper verantwoordelijk is voor de technische oplossing. Een projectmanager bewaakt ondertussen planning, budget en klantafspraken.

Iedere discipline heeft eigen kwaliteitsnormen en verantwoordelijkheden.

Dat is noodzakelijk, omdat technische fouten grote gevolgen kunnen hebben. Tegelijk kunnen verschillende perspectieven de besluitvorming vertragen.

Stel dat een ontwerpteam een nieuwe brug voorbereidt.

Het voorlopige ontwerp is gereed, maar aanvullend bodemonderzoek wijst op afwijkende grondomstandigheden. De geotechnisch specialist adviseert extra onderzoek. De projectmanager wil ondertussen de afgesproken planning behouden.

Beide standpunten kunnen begrijpelijk zijn.

De specialist wil technische onzekerheid verminderen. De projectmanager probeert vertraging en extra kosten te voorkomen. Maar uiteindelijk moet de organisatie bepalen welk risico acceptabel is.

Dat vraagt duidelijke besluitvorming.

Wie bepaalt of het ontwerp voldoende betrouwbaar is? Wanneer is aanvullend onderzoek noodzakelijk? En wie mag besluiten om een project ondanks resterende onzekerheden voort te zetten?

Deze vragen worden belangrijker wanneer meerdere ondernemingen samenwerken.

De belangrijkste organisatorische spanning ontstaat wanneer specialisten verantwoordelijkheid dragen voor afzonderlijke analyses, terwijl niemand expliciet verantwoordelijk is voor de samenhang tussen die analyses.

Dat vraagt een integratiemodel waarin technische verantwoordelijkheid en projectregie op elkaar aansluiten.

6. Specialistische zelfstandigheid blijft belangrijk, maar kent grenzen

Daarbij hoort een belangrijke nuance.

Movares hoeft Geonius niet volledig organisatorisch samen te voegen om waarde te creëren. De regionale aanwezigheid en specialistische kennis vormen juist belangrijke redenen voor de overname.

Geonius beschikt over eigen klantrelaties en ervaring met lokale omstandigheden.

Die kennis is niet eenvoudig te standaardiseren. Bodemgesteldheid, waterhuishouding en ruimtelijke belangen verschillen immers per regio.

Ook de technische disciplines kennen specifieke eisen.

Een geotechnisch onderzoek vraagt andere expertise dan een mobiliteitsanalyse. De bijbehorende kwaliteitscontroles en professionele verantwoordelijkheden verschillen eveneens.

Daarom kan volledige centralisatie onwenselijk zijn.

Tegelijk kan te veel zelfstandigheid gezamenlijke dienstverlening belemmeren. Wanneer verschillende teams eigen informatieformaten en werkprocessen blijven gebruiken, ontstaan nieuwe overdrachtsproblemen.

Daarom moet Movares onderscheid maken tussen specialistische autonomie en gezamenlijke projectafspraken.

Specialisten kunnen verantwoordelijk blijven voor hun eigen technische analyses. Maar de organisatie moet gezamenlijke eisen stellen aan informatieoverdracht, wijzigingsbeheer en besluitvorming.

Goede post-merger integratie betekent niet dat alle disciplines hetzelfde gaan werken, maar dat hun werkzaamheden beter op elkaar aansluiten.

Dat vraagt een bewust ontworpen operating model.

7. De centrale gedachte: integreer informatieverantwoordelijkheid voordat je organisaties samenvoegt

De ontwikkeling bij Movares leidt tot een breder principe voor post-merger integratie.

De waarde van een multidisciplinaire overname ontstaat pas wanneer specialistische informatie sneller leidt tot betere gezamenlijke beslissingen.

Dat vraagt een andere integratievolgorde.

Veel overnameprogramma’s beginnen met financiële rapportages, ondersteunende systemen en organisatiestructuren. Vervolgens onderzoeken managementteams hoe zij commerciële samenwerking kunnen versterken.

Maar bij ingenieursbureaus kan juist het primaire projectproces het uitgangspunt vormen.

Eerst moet duidelijk zijn welke informatie verschillende disciplines nodig hebben. Vervolgens moet de organisatie bepalen wanneer die informatie beschikbaar moet zijn en wie de kwaliteit beoordeelt.

Daarna kunnen systemen en werkprocessen daarop aansluiten.

Een projectteam kan bijvoorbeeld gezamenlijke afspraken ontwikkelen over de overdracht van bodemgegevens. Daarbij moet duidelijk zijn welke meetresultaten definitief zijn en welke nog onzekerheden bevatten.

Ook moeten ontwerpers kunnen zien wanneer nieuwe informatie gevolgen heeft voor eerdere keuzes.

Dat vraagt meer dan toegang tot dezelfde documenten.

De organisatie moet ook vastleggen wie verantwoordelijk is voor wijzigingen en welke besluiten opnieuw moeten worden beoordeeld.

Daarmee verandert informatiebeheer van een ondersteunende activiteit in een belangrijk onderdeel van projectbesturing.

De belangrijkste integratievraag is niet hoe Movares en Geonius hun kennis samenbrengen, maar hoe zij voorkomen dat belangrijke kennis te laat invloed krijgt op projectbeslissingen.

Dat vormt de basis voor structurele organisatieverbetering.

8. Het eerste argument: verbind veldonderzoek direct met ontwerp en projectplanning

Voor Movares ligt een belangrijke verbeterkans in de verbinding tussen veldonderzoek en engineering.

Geonius beschikt over uitgebreide ervaring met bodemonderzoek, geodesie en geotechniek. Deze disciplines leveren informatie die noodzakelijk is voor veel infrastructurele ontwerpen.

Maar de waarde hangt sterk af van het moment waarop andere specialisten deze informatie gebruiken.

Een ontwerper kan bijvoorbeeld een voorlopig tracé ontwikkelen op basis van beschikbare kaarten. Vervolgens onderzoekt een veldteam de werkelijke omstandigheden.

Wanneer het onderzoek afwijkingen laat zien, moet het ontwerp mogelijk veranderen.

Dat hoeft geen probleem te zijn wanneer het project nog voldoende ontwerpvrijheid heeft. Maar wanneer vergunningen al zijn aangevraagd of contracten zijn gesloten, kunnen aanpassingen kostbaar worden.

Daarom moet veldonderzoek eerder onderdeel worden van de gezamenlijke projectplanning.

Dat vraagt samenwerking tussen ontwerpers, onderzoekers en projectmanagers.

Een eerste stap is om per project vast te stellen welke technische onzekerheden de belangrijkste beslissingen beïnvloeden. Vervolgens kan het team bepalen welk onderzoek nodig is om die onzekerheden te verminderen.

Niet ieder onderzoek hoeft direct volledig te zijn afgerond.

Wel moet duidelijk zijn welke beslissingen nog niet verantwoord genomen kunnen worden.

Daarmee ontstaat een risicogerichte aanpak.

De organisatie onderzoekt eerst de omstandigheden die grote gevolgen kunnen hebben voor ontwerp, kosten of uitvoerbaarheid.

Ook moet zij voorkomen dat informatie verloren gaat tijdens de overdracht.

Meetgegevens moeten bijvoorbeeld gekoppeld blijven aan hun locatie, datum en onderzoeksmethode. Daarnaast moeten gebruikers kunnen beoordelen hoe betrouwbaar de resultaten zijn.

De belangrijkste productiviteitsverbetering ontstaat wanneer veldonderzoek niet alleen gegevens oplevert, maar aantoonbaar helpt om verkeerde ontwerpbeslissingen te voorkomen.

Dat vraagt andere prestatie-indicatoren.

Niet uitsluitend kijken naar de doorlooptijd van afzonderlijke onderzoeken. Ook het aantal late ontwerpwijzigingen en de kwaliteit van informatieoverdracht verdienen aandacht.

9. Het tweede argument: bestaande projecten laten zien waar integratie waarde kan creëren

De praktijk van Geonius laat zien hoe belangrijk multidisciplinaire samenwerking al is.

Bij de reconstructie van knooppunt De Nieuwe Meer, onderdeel van het project A10 Zuid, levert Geonius verschillende technische disciplines. Het bedrijf is betrokken bij het wegontwerp en brengt expertise in op het gebied van geotechniek, geodesie en laboratoriumonderzoek.

Daarmee komen verschillende soorten informatie samen.

Het ontwerpteam moet rekening houden met bestaande infrastructuur en de beperkte ruimte in een grootstedelijke omgeving. Tegelijk moet het beschikken over betrouwbare gegevens over de ondergrond en technische uitvoerbaarheid.

Geonius gebruikt daarbij onder meer telemetrie en data-analyse.

Deze toepassingen ondersteunen het verzamelen en interpreteren van technische informatie. Daardoor kunnen specialisten hun analyses beter verbinden met het ontwerpproces.

De casus maakt een belangrijk principe zichtbaar.

Een multidisciplinair project functioneert niet beter doordat meer specialisten afzonderlijke rapporten opleveren. De waarde ontstaat wanneer hun kennis tijdig samenkomt in één uitvoerbaar ontwerp.

Dat vraagt een duidelijke regierol.

Iemand moet bewaken welke technische uitgangspunten gelden en wanneer nieuwe informatie aanleiding geeft tot aanpassing. Ook moet duidelijk zijn welke disciplines bij een wijziging betrokken moeten worden.

Het geoportaal van Movares laat zien hoe informatie-uitwisseling kan verbeteren

Een tweede voorbeeld komt uit de bestaande activiteiten van Movares.

Het ingenieursbureau ontwikkelde samen met Waterschap Drents Overijsselse Delta een digitaal samenwerkingsportaal voor geografische informatie. De ontwikkeling begon vanuit de behoefte om gegevens uit verschillende systemen eenvoudiger te combineren.

Voor de pilot gebruikte het projectteam informatie over gemaal A.F. Stroïnk in Vollenhove.

Het portaal brengt onder meer 3D-modellen, dronebeelden, puntenwolken en sensorgegevens samen. Ook kunnen gebruikers verschillende informatielagen bekijken en combineren.

Daarmee ontstaat een vollediger beeld van de fysieke omgeving.

Een medewerker hoeft niet voor iedere analyse afzonderlijke systemen te raadplegen. Ook kan hij bepaalde metingen en objectgegevens vanuit één digitale omgeving bekijken.

Dat kan samenwerking tussen waterschappen, meetbedrijven, aannemers en ingenieursbureaus ondersteunen.

Maar de ontwikkeling laat ook zien dat technische integratie niet vanzelf gaat.

Gegevens uit verschillende systemen hebben soms andere formaten en referentiestelsels. Daardoor zijn conversies en gezamenlijke afspraken noodzakelijk.

Ook moet duidelijk zijn welke gegevens actueel zijn.

Een digitaal model kan bijvoorbeeld een bestaande situatie weergeven, terwijl recent veldonderzoek nieuwe informatie oplevert. Wanneer deze informatie niet tijdig wordt verwerkt, ontstaat opnieuw onzekerheid.

Daarom moet het gebruik van gezamenlijke gegevens samengaan met duidelijke verantwoordelijkheden.

De belangrijkste waarde van een digitaal informatieplatform ontstaat niet doordat alle gegevens zichtbaar zijn, maar doordat betrokken partijen dezelfde betrouwbare informatie gebruiken voor hun beslissingen.

Van twee bestaande voorbeelden naar één gezamenlijke werkwijze

De combinatie van Movares en Geonius biedt mogelijkheden om deze ervaringen verder te verbinden.

Geonius brengt specialistische kennis van veldonderzoek en geografische informatie mee. Movares beschikt over ervaring met integrale ontwerpen en digitale samenwerking tussen organisaties.

Daarmee ontstaat een interessante ontwikkelrichting.

Een projectteam kan bijvoorbeeld veldgegevens direct beschikbaar maken binnen een gezamenlijk ontwerpmodel. Ontwerpers kunnen vervolgens beoordelen welke gevolgen nieuwe meetresultaten hebben voor bestaande uitgangspunten.

Ook kunnen projectmanagers beter zien welke technische onzekerheden nog openstaan.

Maar daarvoor moeten de organisaties gezamenlijke afspraken ontwikkelen over gegevenskwaliteit en eigenaarschap.

Wie controleert nieuwe meetgegevens? Welke specialist bepaalt of een ontwerpwijziging noodzakelijk is? En wie informeert de opdrachtgever wanneer nieuwe inzichten gevolgen hebben voor planning of budget?

Dat zijn organisatorische vragen.

Technologie kan de informatie beschikbaar maken, maar management moet bepalen hoe de organisatie ermee omgaat.

De overname biedt daarmee mogelijkheden om niet alleen het dienstenpakket uit te breiden, maar ook de manier van samenwerken te verbeteren.

De grootste synergie ontstaat wanneer veldonderzoek, ontwerp en projectregie minder als afzonderlijke werkzaamheden functioneren en meer als één samenhangend besluitvormingsproces.

Dat vraagt een integratieprogramma dat begint bij de dagelijkse praktijk van projectteams.

10. Organisatieverbetering vraagt om betere projectbeslissingen, niet alleen meer expertise

De voorgenomen overname van Geonius markeert een volgende stap in de ontwikkeling van Movares.

Met de goedkeuring van de ACM op 5 oktober is een belangrijke voorwaarde voor de transactie vervuld. De combinatie brengt ongeveer 300 specialisten van Geonius samen met de brede ingenieurs- en adviescapaciteit van Movares.

Daarmee ontstaat een sterker landelijk netwerk.

De strategische mogelijkheden zijn duidelijk.

Movares kan opdrachtgevers eerder ondersteunen met kennis van bodem, water, geotechniek en geografische informatie. Ook kan Geonius profiteren van aanvullende expertise op het gebied van infrastructuur, energie en integrale projectontwikkeling.

Maar deze voordelen ontstaan niet automatisch.

De ondernemingen moeten bepalen hoe specialisten samenwerken en welke informatie zij gezamenlijk gebruiken. Ook moeten zij voorkomen dat regionale zelfstandigheid leidt tot versnipperde processen en onduidelijke verantwoordelijkheden.

Daarbij is het behoud van vakmanschap belangrijk.

Geonius heeft zijn positie opgebouwd door specialistische kennis en betrokkenheid bij regionale opdrachtgevers. Die kwaliteiten mogen niet verdwijnen binnen een grotere organisatiestructuur.

Tegelijk moet Movares voorkomen dat afzonderlijke disciplines onvoldoende van elkaars kennis profiteren.

Daarom ligt de belangrijkste integratieopgave bij de verbinding tussen technische expertise en projectbesluitvorming.

De praktijkvoorbeelden maken dit concreet.

Bij de reconstructie van knooppunt De Nieuwe Meer komen verschillende technische disciplines samen. Het digitale samenwerkingsportaal van Movares laat zien hoe geografische gegevens toegankelijker kunnen worden voor meerdere betrokken partijen.

Beide voorbeelden onderstrepen hetzelfde principe.

Betere informatie heeft pas waarde wanneer zij leidt tot betere keuzes.

Dat vraagt een andere manier om integratiesucces te beoordelen.

Niet alleen kijken naar omzetgroei, personeelsomvang en het aantal gezamenlijke opdrachten. Ook de kwaliteit van ontwerpbeslissingen, informatieoverdracht en projectvoorbereiding verdient aandacht.

Een geïntegreerde organisatie kan bijvoorbeeld meten hoeveel ontwerpwijzigingen ontstaan door ontbrekende of onjuiste informatie. Ook kan zij beoordelen hoeveel tijd projectteams besteden aan het opnieuw verzamelen van bestaande gegevens.

Daarnaast is de snelheid van besluitvorming relevant.

Wanneer specialisten eerder samenwerken, kunnen belangrijke technische risico’s sneller zichtbaar worden. Daardoor krijgen opdrachtgevers meer mogelijkheden om tijdig keuzes te maken.

Voor Movares en Geonius ligt daar een belangrijke kans.

De combinatie kan bijdragen aan betere infrastructuurprojecten zonder dat daarvoor iedere discipline volledig hoeft te integreren. Wel moeten de betrokken teams duidelijke afspraken maken over gezamenlijke informatie en verantwoordelijkheid.

Daarmee raakt deze overname aan een breder principe voor kennisintensieve organisaties.

De waarde van een overname ontstaat niet uitsluitend doordat een onderneming meer specialisten in dienst krijgt, maar doordat hun gezamenlijke kennis leidt tot betere beslissingen dan zij afzonderlijk konden nemen.

Dat maakt post-merger integratie vooral een vraagstuk van samenwerking en besluitvorming.

De organisatorische uitdaging is om specialistische kennis toegankelijk te maken zonder de professionele verantwoordelijkheid te verzwakken. Tegelijk moet de organisatie zorgen dat nieuwe informatie tijdig invloed krijgt op bestaande plannen.

Voor Movares wordt dat een belangrijke test van zijn groeiende multidisciplinaire bedrijfsmodel.

De onderneming heeft de afgelopen periode verschillende gespecialiseerde organisaties toegevoegd. De volgende stap is om aan te tonen dat deze uitbreiding daadwerkelijk leidt tot betere dienstverlening en effectievere projectuitvoering.

Als uw organisatie morgen honderden specialisten toevoegt via een overname: kunt u dan concreet aanwijzen welke projectbeslissingen daardoor eerder en beter worden genomen, of vertrouwt u vooral op de gedachte dat meer expertise binnen dezelfde groep vanzelf tot betere resultaten leidt?

Meer lezen over andere Overnames en postmerger integraties in het nieuws

 

Interimmanager inhuren voor post-merger integratie en organisatieverandering

   

Wie ik ben:

Ik ben een hands-on interim-manager die strategie, mensen en operatie bij elkaar brengt. Geen dikke rapporten, maar uitvoering, grip en resultaat.

✔ 20+ jaar ervaring met complexe integraties

✔ Interim inzetbaar op directieniveau als COO, CIO of programmamanager

✔ Focus op synergie, rust, structuur en meetbaar resultaat

✔ Flexibel inzetbaar, met heldere afspraken en marktconforme tarieven

 

Meer info over Robrecht Heukers

 

Van al deze opdrachten zijn referenties beschikbaar:

Telecom: KPN, VodafoneZiggo, Vodafone ● Scheepsbouw: Royal IHC ● Bouw en industrie: ECI Solutions en Arcadis ● Medische sector: Canon Medical ● Woningcorporaties: Thuisvester, WonenBreburg, Portaal en Woonkwartier ● ICT dienstverleners: Getronics, PinkRoccade, MuleSoft ● Banken: ABN Amro, MeesPierson ● Betaaldiensten: Mollie ● Salarisverwerking en ziekteverzuim: VismaRaet en Robidus ● Verzekeraars: AON en Achmea ● Muziekindustrie: BumaStemra

 

Een complexe organisatieverandering, post-merger integratie of overname bespreken?

Drs. ing. Robrecht Heukers LSSBB

06 – 44 99 04 98

robrecht.heukers@postmerger.nl