Europa bouwt geen nieuw betaalsysteem. Het verbindt bestaande systemen. Daar zit een interessante organisatieles in.

European Network for Payments (ENP)

Vandaag, 30 september, hebben vijf grote Europese betaalinitiatieven een nieuwe gezamenlijke onderneming aangekondigd: het European Network for Payments (ENP). Het Spaanse Bizum, het Italiaanse Bancomat, het Portugese MB WAY, het Scandinavische Vipps MobilePay en EPI — de organisatie achter Wero en het Nederlandse iDEAL — gaan hun bestaande betaalsystemen via één interoperabiliteitsplatform met elkaar verbinden. De deelnemende systemen bedienen samen ongeveer 130 miljoen gebruikers in 13 landen en bereiken daarmee ruim 70% van de bevolking van de EU en Noorwegen. ENP krijgt zijn hoofdkantoor in Madrid; eerst worden betalingen tussen personen gekoppeld, daarna moeten ook online en fysieke winkelbetalingen volgen.

iDeal wordt onderdeel van Wero en daarmee onderdeel van een veel groter Europees betalingsnetwerk

Voor Nederland is dit geen ontwikkeling op afstand. iDEAL wordt vanaf 2026 stapsgewijs onderdeel van Wero en eind 2027 moet iedere iDEAL-merchant zijn gemigreerd. Daarmee worden Nederlandse consumenten en bedrijven onderdeel van een veel groter Europees betalingsnetwerk. Op het eerste gezicht is dit vooral een technologie- en concurrentieverhaal: Europa probeert zijn afhankelijkheid van Amerikaanse betaalnetwerken als Visa en Mastercard te verminderen.

Schaal creëren zonder alles eerst samen te voegen

Maar organisatorisch vind ik iets anders interessanter. Europa probeert schaal te creëren zonder eerst alles samen te voegen. Bij fusies en samenwerkingen zien we vaak de tegenovergestelde reflex. Als vijf organisaties ongeveer hetzelfde probleem oplossen, lijkt het logisch om één platform te kiezen, processen te harmoniseren, technologie te centraliseren en uiteindelijk zoveel mogelijk op één manier te gaan werken.


ENP kiest voor een andere architectuur. Gebruikers blijven in beginsel hun vertrouwde nationale betaaloplossing gebruiken.

Een Spaanse Bizum-gebruiker hoeft dus niet eerst dezelfde app te installeren als een Duitse Wero-gebruiker. In plaats daarvan worden de systemen via een gemeenschappelijke infrastructuur interoperabel gemaakt. Daarmee ontstaat een interessante organisatievraag: wanneer moet je organisaties daadwerkelijk integreren, en wanneer is het slimmer alleen de interfaces tussen organisaties te integreren?


Interoperabiliteit is overigens niet automatisch eenvoudiger dan volledige integratie

Verschillende systemen moeten dezelfde standaarden begrijpen, governance moet worden ingericht en verantwoordelijkheden voor fraude, data, beschikbaarheid en klantproblemen moeten duidelijk zijn. Nieuwe deelnemers moeten bovendien kunnen aansluiten zonder het geheel instabiel te maken. Dat kan bestuurlijk zelfs ingewikkelder zijn dan één centraal systeem. Daar staat echter iets belangrijks tegenover: je hoeft niet eerst alles wat lokaal goed werkt af te breken om schaalvoordelen te realiseren.

De beste integratie is niet altijd maximale integratie

Daar zit voor mij de centrale organisatieles. Soms ontstaat meer waarde door organisaties zelfstandig te laten functioneren en alleen precies dát te standaardiseren wat samenwerking mogelijk maakt. Dat principe is veel breder toepasbaar dan betalingen.

Kijk bijvoorbeeld naar klantwaarde

Nederlanders gebruiken iDEAL niet omdat het Europese betalingslandschap organisatorisch elegant is, maar omdat het eenvoudig werkt. Hetzelfde geldt voor Bizum in Spanje, Bancomat in Italië en Vipps MobilePay in Scandinavië. Wanneer je zulke proposities volledig samenvoegt, kun je theoretisch efficiëntie creëren en tegelijkertijd precies datgene beschadigen waardoor ze succesvol zijn geworden: lokale adoptie, herkenbaarheid en gebruiksgemak. ENP probeert daarom standaardisatie achter de schermen te combineren met variatie aan de voorkant.


Dat is ook bij post-merger integration een interessant ontwerpprincipe

Niet iedere klantinterface hoeft hetzelfde te worden, niet ieder lokaal proces hoeft identiek te zijn en niet iedere businessunit hoeft dezelfde cultuur te ontwikkelen. De relevante vraag is welke verschillen daadwerkelijk kosten veroorzaken of samenwerking belemmeren. Alleen daar hoeft harmonisatie noodzakelijk te zijn.

Een bewijs dat zo’n model kan werken, bestaat bovendien al

Sinds maart 2025 kunnen gebruikers van Bizum, Bancomat en MB WAY in Spanje, Italië, Portugal en Andorra onderling geld versturen via hun telefoonnummer. In plaats van één systeem volledig te vervangen, zijn bestaande infrastructuren met elkaar verbonden. Dat model wordt nu op veel grotere schaal toegepast.

PMI: welke interfaces moeten identiek zijn?

Daar zit een directe parallel met acquisities. Stel dat een onderneming vijf bedrijven overneemt. De klassieke integratievraag luidt dan vaak: hoe krijgen we deze vijf bedrijven op één operating model? Maar misschien is dat soms de verkeerde vraag. Een betere vraag is welke interfaces identiek moeten zijn zodat vijf verschillende operating models probleemloos met elkaar kunnen samenwerken. Je kunt bijvoorbeeld één financiële rapportagestandaard invoeren terwijl lokale ERP-systemen voorlopig blijven bestaan. Je kunt één datamodel ontwikkelen zonder onmiddellijk alle applicaties te vervangen, of één procurementprotocol voor strategische leveranciers invoeren zonder iedere lokale inkoopbeslissing te centraliseren. Hetzelfde geldt voor governance: kapitaalallocatie kan volgens één set beslisregels plaatsvinden, terwijl operationele beslissingen decentraal blijven.

Interoperabiliteit ontwerpen

Daarmee verschuift post-merger integration van uniformiteit ontwerpen naar interoperabiliteit ontwerpen. Dat verschil lijkt technisch, maar is fundamenteel organisatorisch. Volledige integratie heeft namelijk altijd een prijs: migratiekosten, managementaandacht, veranderbelasting en mogelijk verlies van lokale kennis of klanten. Als interoperabiliteit een groot deel van de synergie kan realiseren zonder de volledige organisatie te harmoniseren, kan minder integreren uiteindelijk meer waarde opleveren.

Betaalnetwerp bouwen volgens een nieuwe integratiedefinitie

Juist daarom vind ik de oprichting van ENP interessant. Europa probeert een betaalnetwerk voor 130 miljoen mensen te bouwen zonder eerst dertien landen dezelfde betaaloplossing op te leggen. Dat is geen gebrek aan integratie, maar een andere definitie ervan.
Als u morgen vijf bedrijven zou moeten integreren: welke processen zou u werkelijk harmoniseren — en waar zou u alleen de interface standaardiseren en de onderliggende organisaties bewust verschillend laten?

Meer artikelen lezen over postmerger integratie en bedrijfsprocessen automatiseren?