Kosten onder druk, politiek en maatschappelijk debat en internationaal forse investeringen en innovatie
KLM presenteerde deze week vier scenario’s voor 2030. De maatschappij staat voor moeilijke keuzes: de kostenbasis staat onder druk, het politieke en maatschappelijke debat over luchtvaart wordt scherper en internationaal wordt fors geïnvesteerd en geïnnoveerd. CEO Marjan Rintel waarschuwt daarbij dat uitstel consequenties heeft.
Een kapitaalintensief investeringsbesluit
Juist in de luchtvaart is dat laatste essentieel. Een investeringsbesluit kun je namelijk niet beoordelen op basis van KLM alleen. Vlootvernieuwing, verduurzaming, IT, onderhoudscapaciteit en netwerkontwikkeling vragen enorme bedragen en kennen lange terugverdientijden. Ondertussen maken concurrenten hun eigen keuzes.
Logica van een investeringsmatrix
Ik gebruik voor zulke beslissingen graag de logica van een eenvoudige speltheoretische investeringsmatrix. Stel KLM en een relevante concurrent hebben ieder twee mogelijkheden: investeren of niet investeren. Dan ontstaan vier situaties. Investeren beide, dan kan de relatieve concurrentiepositie ongeveer gelijk blijven, maar zijn investeringen mogelijk noodzakelijk om überhaupt concurrerend te blijven. Investeert KLM terwijl de concurrent afwacht, dan kan KLM een operationeel of commercieel voordeel opbouwen. Gebeurt het omgekeerde, dan dreigt juist achterstand. Investeren beide niet, dan worden middelen gespaard, maar kunnen andere internationale spelers of nieuwe technologieën de marktpositie van beide aantasten.
Een investering uitstellen is ook een investeringsbesluit
Dat maakt “investeringen uitstellen” geen neutrale keuze. De uitkomst hangt mede af van wat anderen ondertussen doen. Onderzoek naar luchtvaartnetwerken en capaciteit laat ook zien dat investeringsbeslissingen, vraagontwikkeling en gedrag van concurrenten sterk met elkaar samenhangen.
Bestuurlijke en politieke componenten tellen mee bij de investeringsbeslissing
Voor KLM is de werkelijkheid nog complexer. De onderneming opereert binnen Air France-KLM, is afhankelijk van Schiphol en infrastructuur, heeft te maken met Nederlandse en Europese klimaat- en luchtvaartpolitiek en moet tegelijkertijd concurreren op een internationale markt. Een investering die bedrijfseconomisch logisch lijkt, kan bestuurlijk worden begrensd. Andersom kan terughoudendheid politiek aantrekkelijk lijken, maar de internationale concurrentiepositie op langere termijn verzwakken.
Dynamische concurrentieanalyse
Daarom zou ik de KLM-scenario’s niet alleen koppelen aan financiële beslisdrempels, maar aan een dynamische concurrentieanalyse. Wat investeren concurrenten in vloot, technologie, hubs en klantpropositie? Welke achterstand kunnen we later nog inhalen? En welke investeringsbeslissingen zijn feitelijk onomkeerbaar wanneer we ze vandaag níét nemen?
Strategisch interim management
Dat is voor mij de kern van strategisch interim management: niet alleen scenario’s maken voor wat de omgeving met de organisatie doet, maar expliciet modelleren hoe de eigen keuzes en die van concurrenten elkaar beïnvloeden.
Want bij kapitaalintensieve bedrijven is wachten soms verstandig. Maar wachten zonder te begrijpen wat de concurrent ondertussen doet, is geen risicobeheersing. Het is zelf een strategische gok.
Meer lezen over andere overnames en postmerger integraties in het nieuws